Overzicht en uitleg van alle nieuwe objectsoorten zoals te kiezen bij het invoeren van een onderpand per HDN 24.
Waar vul je het object soort in?
Analyse-tabblad bij Aanleiding, onderdeel Woning (gekocht object)
Inventarisatie-tabblad bij Woonsituatie, onderdeel Huidig pand (in bezit zijnde object)
Nieuwe keuzelijst objectsoorten (vanaf HDN 24)
Een overzicht met definitie per soort
01 – Vrijstaande woning: Een eengezinswoning die los staat van andere objecten.
02 – 2-onder-1-kapwoning: Hoofdgebouw verbonden met één andere gelijksoortige woning.
03 – Geschakelde 2-onder-1-kapwoning: 2-onder-1-kapwoning waarbij aanbouw(en) gedeeltelijk grenzen aan andere woningen.
04 – Geschakelde woning: Eengezinswoning waarbij muren of aanbouwen gedeeltelijk aan andere woningen grenzen.
05 – Halfvrijstaande woning: Hoofdgebouw verbonden met één ander object dat geen woning is, of met één andere niet gelijksoortige woning.
06 – Tussenwoning: Eengezinswoning waarbij de tussenmuren aan andere panden grenzen. Ook hoekwoning van een gesloten bouwblok.
07 – Hoekwoning: Eengezinswoning op begin/einde van een reeks, extra grond aan zijkant. Hoekwoning als doelgroepwoning geldt als doelgroeptussenwoning.
08 – Eindwoning: Eengezinswoning op begin/einde van een reeks, geen extra grond aan zijkant. Eindwoning als doelgroepwoning geldt als doelgroeptussenwoning.
09 – Galerijflat: Flatwoning met voordeur aan buitengelegen loopgang, meerdere bouwlagen.
10 – Portiekflat: Flatwoning met voordeur in gemeenschappelijk trappenhuis/hal/portiek.
11 – Corridorflat: Flatwoning met voordeur aan centrale binnenliggende gang of hal per etage.
12 – Maisonnette: Flatwoning met eigen woning over twee of meer bouwlagen, voordeur aan gezamenlijke ruimte.
13 – Benedenwoning: Flatwoning op begane grond, voordeur op straat.
14 – Bovenwoning: Flatwoning op etage, bereikbaar via binnentrap/gemeenschap. Geen galerijflat.
15 – Portiekwoning: Voordeur in open portiek, ontsloten via gemeenschappelijke trap en bordessen.
16 – Woonwagen / stacaravan: Verplaatsbaar object voor (permanent/recreatief) verblijf op standplaats.
17 – Woonwagenstandplaats / stacaravanstandplaats: Door gemeente aangewezen terrein voor permanent plaatsen van niet duurzaam verbonden ruimten.
18 – Woonboot: Bewoning op/in water, vaste ligplaats, niet direct geschikt als vervoermiddel.
19 – Ligplaats: Door gemeente aangewezen plaats in water (en op oever) voor permanent afmeren van vaartuig.
20 – Waterwoning: Woning met draagconstructie die drijft en kan stijgen/dalen afhankelijk van waterniveau.
21 – Woon-/winkelpand: Gebouw met woonruimte binnen bedrijfsruimte. Maximaal vvo circa 200 m2, detailhandel of vergelijkbaar. Wonen toegestaan in deel.
22 – Bouwkavel: Terrein waar zelfstandige bebouwing is toegestaan.
23 – Garage: Overdekte stallingruimte voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen.
24 – Parkeerplaats (dienstbaar aan wonen): Zelfstandig object, geen publieke parkeergarage.
25 – Berging: Bergruimte of bijgebouw met algemene bergfunctie op apart perceel/eigen adres.
Opmerking
Typologie “doelgroep” is leidend bij hoek-/eindwoning: als het een doelgroepwoning betreft, moet doelgroeptussenwoning geselecteerd worden.
Belangrijk
Let op bij het kiezen van het objectsoort: dit beïnvloedt de hypotheekaanvraag en beoordeling door geldverstrekkers.
FAQ
Wat als een object niet exact binnen één van de beschreven categorieën valt?
Als een object niet exact binnen één van de beschreven categorieën valt, kies het best passende type en voeg toelichting toe bij opmerkingen in de aanvraag.
