Overzicht en toelichting van de verschillende objectsoorten bij onderpand, inclusief definitie en achtergrond.
Objectsoorten in inventarisatie en analyse
Het veld ‘Aard pand’ is gewijzigd naar ‘Objectsoort’. De standaardwaarde is nu ‘Tussenwoning’.
Nieuwe velden toegevoegd in de pop-up 'Onderpand': 'Bijzonder objectsoort', 'Recreatieve bewoning' en 'Heeft garage'.
Achtergrond van de wijziging HDN 24
De keuzelijst van objectsoorten is aangepast voor uniformiteit binnen de keten.
Standaard objecttype lijst is opgesteld door diverse partijen (NRVT, NVM, VastgoedPro, VBO, VNG en Waarderingskamer).
De uniforme keuzelijst ondersteunt toekomstige integraties en een gestandaardiseerde codering.
Belangrijk:
De objectsoorten worden gebruikt door gemeenten voor WOZ-waarde, maar ook door makelaars en taxateurs.
Definities van de objectsoorten
Woningen en woonvormen
Vrijstaande woning: Losstaande eengezinswoning.
2-onder-1-kapwoning: Verbonden met één andere gelijksoortige woning.
Geschakelde 2-onder-1-kapwoning: Verbonden via aanbouwen met andere woningen.
Geschakelde woning: Deels verbonden via muren met andere woningen.
Halfvrijstaande woning: Verbonden met een niet-woning of niet gelijksoortige woning.
Tussenwoning: Grenst aan andere panden in een rij.
Hoekwoning: Eind/hoek woning met extra grond aan de zijkant.
Eindwoning: Eind/hoek zonder extra grond.
Galerijflat: Voordeur aan buitenloopgang, meerdere bouwlagen.
Portiekflat: Toegang via gemeenschappelijk trappenhuis of portiek.
Corridorflat: Voordeur binnengang/centrale hal per etage.
Maisonnette: Flatwoning met meerdere bouwlagen.
Benedenwoning: Etage/flatwoning op begane grond.
Bovenwoning: Etage/flatwoning bereikbaar via trap.
Portiekwoning: Etagewoning met voordeur in open portiek.
Overige verblijfsobjecten
Woonwagen / stacaravan: Permanente/recreatieve bewoning, verplaatsbaar.
Woonwagenstandplaats / stacaravanstandplaats: Formeel aangewezen terrein/plaats.
Woonboot: Verblijfsobject op/in water, niet direct als vervoermiddel.
Ligplaats: Door gemeente aangewezen ligplaats voor vaartuig.
Waterwoning: Drijvende woning die kan stijgen/dalen met waterniveau.
Combi- en bijgebouwen
Woon-/winkelpand: Combinatie van woon- en bedrijfsruimte, onderling bereikbaar.
Bouwkavel: Terrein waar zelfstandige bebouwing mag.
Garage: Overdekte stallingsruimte voor motorvoertuigen.
Parkeerplaats (dienstbaar aan wonen): Zelfstandig object, niet publiek.
Berging: Bergfunctie, bijgebouw of apart perceel/adres.
Bijzondere soorten objecten
Landhuis: Royale vrijstaande woning in landelijk/bosrijke omgeving.
Villa: Vrijstaande woning met grote tuin/water.
Herenhuis: Grote woning met opvallende gevel.
Vrijstaand herenhuis: Grote, opvallende woning binnen bebouwde kom.
Drive-in woning: Garage inpandig, woonvertrek op hoger niveau.
Split-levelwoning: Verspringende bouwlagen met ruimtelijk relatie.
Kwadrantwoning: Onderdeel van blok van vier woningen.
Patiowoning: Buitenruimte ingesloten door bouwmassa.
Bungalow: Vrijstaand met maximaal één verdieping.
Geschakelde bungalow: Bungalow verbonden via aanbouwen.
Patiobungalow: Buitenruimte ingesloten door bungalows en muren.
Semi-bungalow: Maximaal één extra verdieping, woonvoorzieningen op/onder begane grond.
Grachtenpand: Historisch pand aan gracht.
Bijzonder architectonische woning: Paalwoning, kubuswoning, bolwoning en varianten.
Hofjeswoning: Historisch, gelegen aan binnentuin, gemeenschappelijke toegang.
Dijkwoning: Pand op/aan/onder/naast dijk.
Bedrijfs- of dienstwoning: Woning in bedrijfscomplex.
Praktijkwoning: Beroep aan huis (tandarts, fysio, etc).
Vrijstaande praktijkwoning: Vrijstaand, deel voor beroep aan huis.
Boerderij: Woning met bedrijfsdelen, agrarisch bedrijf.
Woonboerderij: Voormalig agrarisch, nu hoofdzakelijk bewoond.
Molen: Historische molen geschikt voor bewoning.
Tinyhouse: Kleine volwaardige woning van maximaal 50 m2.
Tijdelijke woning: Woning met tijdelijke instandhoudingstermijn (meestal 10 jaar).
Penthouse: Afwijkende woning bovenste bouwlaag van gebouw.
Appartement: Luxe woning in meergezinsgebouw.
Serviceflat: Flat met extra voorzieningen en persoonlijke service.
Bel-etage: Woonlaag circa 1,5m boven maaiveld, boven souterrain.
Souterrain: Woning deels onder maaiveld, vaak oud.
Collectieve parkeerplaats bij woningen: Parkeerterrein of garage zonder eigen plaats.
Parkeerplaats in gezamenlijke garage: Gereserveerde parkeerplaats voor een vaste gebruiker.
Parkeerplaats op parkeerterrein: Gereserveerde plaats op terrein/openbare weg.
Opmerking
De volledige definities en de standaardobjectcodering zijn te vinden op de website van de Waarderingskamer:
https://www.waarderingskamer.nl/voor-gemeenten/gegevensbeheer/primaire-objectkenmerken/objectcodering
